Piet Bogaards

Teksten voor cabaret, chansons en scripts Portrettekeningen

Scripts

Met 'scripts' bedoel ik vooral teksten voor muzikale theaterstukken, gesproken en gezongen. Het verschil met musicals is, dat de nadruk meer op de tekst dan op de muziek ligt. 

Het Wonder van Margaretha en de Geboorte van Den Haag

Volgens een 13e eeuwse legende baarde gravin Margaretha van Henneberg 365 kinderen als straf voor het feit dat ze een bedelares had weggestuurd. Die zou volgens haar met twee mannen hebben geslapen omdat ze een tweeling had. De kinderen werden gedoopt in de Abdijkerk van Loosduinen en stierven direct daarna, evenals de moeder. Loosduinen en met name de Abdijkerk is daarna eeuwenlang een bedevaartsoord geweest voor vrouwen uit heel Europa die geen kinderen konden krijgen. 

Op basis van de legende van Loosduinen schreef ik het muziektheaterstuk 'Het Wonder van Margaretha en de Geboorte van Den Haag'. Behalve de miraculeuze geboorte van 365 kinderen wordt ook de geboorte van Den Haag  erin belicht. Het stuk werd met groot succes opgevoerd in de Abdijkerk van Loosduinen op 12, 13, 19 en 20 mei 2017.  Klik voor een compilatie:   https://youtu.be/YkC8p7RAEXg

Voor meer vimeo's, zie op Youtube 'Het Wonder van Margaretha'. 

 

Lof der Zotheid

In 2014 schreef ik het muziektheaterstuk 'Lof der Zotheid', gebaseerd op het gelijknamige werk van Desiderius Erasmus uit 1511. Waar het oorspronkelijke werk bestaat uit een monoloog van vrouwe Zotheid (Moria), heb ik er een dialoog van gemaakt tussen vrouwe Zotheid en de man Ratio. De dialoog wordt regelmatig onderbroken door 7 liedjes en 7 cabareteske scènes ter illustratie van de onderwerpen. Lof der Zotheid is zeer succesvol uitgevoerd tijdens de Stenen Kamer Theaterdag in Den Haag op 12 september 2015. Inmiddels is het script ook opgenomen in de Erasmuscollectie van de Bibliotheek Rotterdam. Klik hier voor meer info over de uitvoering.

 

 

De kleine Prins

Ook van het beroemde boek 'De kleine Prins' van Antoine de Saint Exupéry heb ik een muzikaal theaterstuk geschreven. Het verhaal heb ik naar het heden toe getransponeerd. Zo is de 'aardrijkskundige' uit het oorspronkelijke werk een 'navigatiekaartenmaker' geworden. Informatie over de uitvoering van De kleine Prins volgt. 

 

FRAGMENTEN

Fragment uit Lof der Zotheid 

Ratio: Als zelfs kiezen voor de wijsheid een vorm van dwaasheid is, horen we dan niet heel erg bij elkaar? Moeten we dan de strijdbijl niet begraven?

Zotheid: Probeer maar geen avances te maken, want je bent mijn type niet!

Ratio: Ik laat de treinen op tijd rijden, jij trekt voor de lol aan de noodrem. Maar daar hebben we allebei die trein voor nodig.

Zotheid: Nou en ?

Ratio: Die is met kennis en kunde in elkaar gezet.  Als het tenminste geen Fyra is.

Zotheid: Kan me niet schelen. Ik wil de vrijheid, de onverantwoordelijke vrolijkheid! Ik laat me niet binden door die technieken, wetten en logica van jou.

Ratio: Jij viert carnaval, ik zorg ervoor dat er voldoende bier koud staat.

Zotheid: Ik laat de mensen hun zorgen vergeten, jij overlaadt ze daarmee.

Ratio: Jij neemt een twintig jaar jongere toyboy, ik voorkom dat hij je bankrekening plundert.

Zotheid: Ik ga met de mensen pierewaaien op het strand, jij zet ze gevangen in fabrieken en kantoren.

Ratio: Jij gooit een theelicht naar de gouden koets, dankzij mij krijg je een eerlijk proces.

Zotheid: Ik ga met berooide bijstandsmoeders op vakantie. Jij stuurt ze deurwaarders op hun dak.

Ratio: Jij maakt slachtoffers door je roekeloosheid! Jonge automobilisten, koorddansers, alpinisten…

Zotheid: Ik slachtoffers? De grootste moordenaar ben jij, met je eindeloze eregalerij van suïcidalen! Praat ’s met de machinisten die die treinen van jou besturen!

Ratio: Laten we ophouden met verwijten. Zo komen we niet verder.

Zotheid: Echt waar, we hebben niets gemeen. Maar zonder mij valt niet te leven.


Fragment uit De Kleine Prins 

(Spot op wisselwachter die op een hefboom van een wissel  leunt. )

 DE KLEINE PRINS: Goedemiddag, waar wacht u op?

 WISSELWACHTER: Op het wisselen van de wissel. Ik ben wisselwachter!

 DE KLEINE PRINS:  En waarom wacht u op het wisselen van de wissel?

 WISSELWACHTER: Soms moet ik de wissel naar links zetten en soms naar rechts. Dan weten de treinen welke kant ze op moeten.

 DE KLEINE PRINS:  En hoe weet u welke kant de treinen op moeten?

 WISSELWACHTER: Dat staat allemaal in de dienstregeling. Kijk, over vijf minuten komt er een trein van die kant. En over negen minuten komt er een trein van de tegenovergestelde richting.

 DE KLEINE PRINS: En zitten daar dan dezelfde mensen in?

WISSELWACHTER: Nee, steeds andere mensen.

DE KLEINE PRINS: Waarom blijven ze niet gewoon waar ze zijn?

WISSELWACHTER: Mensen willen nooit blijven waar ze zijn. Ze willen altijd weg.  Alleen kinderen willen blijven waar ze zijn.

DE KLEINE PRINS: Zitten er dan geen kinderen in de trein?

WISSELWACHTER: Ja, maar die zitten vooral in zichzelf.  Kinderen hebben nooit haast. Grote mensen hebben altijd haast.

DE KLEINE PRINS: Hoe komt dat?

WISSELWACHTER: Dat komt omdat grote mensen niet meer spelen. Ze doen alles voor het echie.  Spelen laten ze aan anderen over. Aan voetballers bijvoorbeeld. Dan hoeven ze zelf niet te spelen en kunnen ze alles in hun leven belangrijk blijven vinden. Zelfs voetbal.

DE KLEINE PRINS: En hebt u ook haast?

WISSELWACHTER: Nee, want ik sta de hele dag stil en toch ben ik altijd op tijd.

DE KLEINE PRINS: Zo zou eigenlijk iedereen moeten leven.

WISSELWACHTER: Zeg dat wel, jongeman.  


Fragment uit Het Wonder van Margaretha

 

Bedelares: Heb meelij met mij, edele grafin, we hebbe so’n honger, me kinders en ik. Geef ons asjeblief wat te eten. De heilige Franciscus sal u segene.  

Margaretha: Waar is je man en waarom zorgt hij niet voor je?

Bedelares: Me man? Ach, die is allang met de noordeson fetrokke. Gelijk toen me tweeling geboren werd…

Margaretha: Een tweeling? Maar dan heb jij onkuisheid begaan!

Bedelares: Hoe ken u dat nou segge mefrou. Dese tweeling is van die vent vamme.

Margaretha: Geen man verwekt twee kinderen tegelijk, vrouw. Dat zou nog ’s een wonder zijn! Je hebt met twee mannen geslapen. Je bent een hoer! Ga dan ook maar als hoer je brood verdienen!

Bedelares: De duifel sal u hale! Dat u op het kasteel woon, geef u nog niet het recht om over mijn te oordele! Kijk ’s naar u eige! Adellijke femilies, schadelijke femilies. Alleen maar inteelt voor de cente! Da’s pas hoererij!

Margaretha: Ga heen, vrouw. Val me niet langer lastig met je vuilbekkerij.

(Margaretha loopt hooghartig af)

Bedelares: (Knielt en bidt) O heer, u weet dat ik geen onkuisheid heb gedaan. Dat graftakkewijf hep me so in me eer aangetas. Heer, ik bid u, laat Margaretha van Henneberg foele hoeveel kinders se van één fent ken krijge. Laat haar net so veel kinders bare als het jaar dagen hep. Driehonderdfijfensestig heer, as ik me nie fegis, maar u ken beter telle as ik. O liefe heer, red me eer en fehoor me gebed. U hoef se nie eens te late leve, want we hebbe al genoeg van dat gespuis. Maar laat se assun plofkip bare tot ze barst, heer. Ame.

(tegen haar kinderen:) Kom, kinders, we gaan naar huis.