PUROCRATIE - politiek zonder partijen. 

Duizenden jaren lang hebben democratische stelsels gefunctioneerd zonder politieke partijen. Pas sinds eind 19 de eeuw zijn die politieke partijen ontstaan. Maar wat voegen ze toe? Volksvertegenwoordigers kunnen niet langer zonder last of ruggenspraak stemmen, want er is stemdwang binnen de fractie. Partijbelangen gaan boven landsbelangen. Onderlinge partijenstrijd kost onnodig veel energie, die anders aan de publieke zaak besteed had kunnen worden.
Terwijl de samenleving zichzelf voortdurend vernieuwt en aanpast aan sociale, technologische en ecologische veranderingen, blijft het partijenstelsel sturing geven als Windows 1 op een oude PC. Traag achter de feiten aan lopend en niet zelden vast lopend. Machtsblokken zijn struikelblokken geworden, waardoor kabinetsformaties eindeloos lang duren, achterkamertjespolitiek het democratisch stelsel ondermijnt en efficiency ver te zoeken is.  
Kan dat anders? Is er een systeem denkbaar zonder politieke partijen? Een stelsel waarbij elke volksvertegenwoordiger direct zijn kiezers vertegenwoordigt en zonder enige last of ruggenspraak aan debatten en stemmingen deelneemt? Ja, dat is denkbaar en uitvoerbaar en ik heb het Purocratie genoemd: de meest zuivere vorm van democratie. Lees mijn Purocratisch Manifest! 


Deel 1

Politieke partijen, wat voegen ze toe?

 

Het doel van voetbal is het spelen van het spel. Met de doelpunten die gemaakt worden, kan men geen oorlog winnen, geen mensen genezen of dreigend onheil voorkomen. Hoeveel emoties een doelpunt ook op kan roepen, aan het einde van het seizoen is er niets voortgebracht.

Het doel van politiek is niet het spelen van het spel, maar het dienen van het volk. Dat sommige politici het spel met genoegen spelen, doet niets af aan hun eigenlijke taak. En dat is op de meest efficiënte manier, dus met zo weinig mogelijk spel, tot de beste democratische beslissingen komen. In het huidige bestel is die efficiency ver te zoeken. En het is vooral partijpolitiek die democratische effectiviteit in de weg staat. Partijbelang hoeft nog geen landsbelang te zijn en onderlinge partijenstrijd kost onnodig veel tijd en energie. Dat roept  de vraag op, wat politieke partijen als verschijnsel bijdragen aan de effectiviteit van het landsbestuur, de provinciale en gemeentelijke besturen. Heeft het volk eigenlijk wel politieke partijen nodig? Een fundamentele vraag, die in de huidige vaart der volkeren te weinig gesteld wordt. Terwijl de samenleving zichzelf voortdurend vernieuwt en aanpast aan sociale, technologische en ecologische veranderingen, blijft het partijenstelsel sturing geven als Windows 1 op een oude PC. Traag achter de feiten aan lopend en niet zelden vast lopend.
En dat, terwijl democratieën duizenden jaren zónder partijen hebben gefunctioneerd.

Niettemin zijn met name partijpolitici ervan overtuigd dat het systeem prima werkt. Zij wijzen erop, dat partijen dualisme stimuleren, solidariteit binnen gelijkgestemden creëren en het politieke landschap overzichtelijk maken. Hun partijen zijn toegangspoorten voor aankomende politici, kweekvijvers voor jonge, politieke talenten, ideologiefabrieken met geoliede campagnemachines in verkiezingstijd. Behaaglijk verschanst de partijpoliticus zich achter de veilige muren van zijn partij, van waaruit voortdurend beschietingen richting andere partijen plaatsvinden, dan wel opportunistische, tijdelijke wapenstilstanden worden gesloten.

Hij neemt de beperkingen voor lief die de fractie hem oplegt, omdat hij weet dat alleen de partij de ladder bezit voor zijn klim naar de ‘top’. 

De enige manier om de gebrekkigheid en het anti-democratische karakter van het huidige partijenstelsel aan te tonen is, er een democratisch systeem tegenover stellen dat volgens de wetten van de logica wel beter móet functioneren. Dat systeem presenteer ik u in dit manifest: purocratie. Politiek zonder partijen, die terugkeert naar de meest zuivere vorm van democratie. Een stelsel waarin elke volksvertegenwoordiger in totale vrijheid, zonder last en ruggespraak stemt en zich niet langer hoeft in te spannen voor partijpolitieke belangen, met alle tijd- en energiebesparingen van dien.

Bij het ontwikkelen van het purocratie-concept ben ik van een eenvoudig principe uitgegaan: als alle stemmen van alle stemgerechtigde burgers in gelijke mate tot hun recht komen in de volksvertegenwoordiging, is er sprake van een maximaal democratisch vermogen. Alles wat dit vermogen doet afnemen moet vermeden of opgeheven worden en alles wat dit vermogen in stand houdt, moet behouden of versterkt worden.

Met deze bijna Spinozistische benadering kunnen alle onderdelen van het purocratisch concept aan hun democratische effectiviteit getoetst worden.

  

Machtsblokken, struikelblokken

 

De meest pure vorm van democratie bestond in het Athene van de Griekse oudheid. Alle vrije burgers (mannen boven de twintig jaar)  kwamen regelmatig bijeen op de heuvel Pnyx en stemden in een ‘ekklèsia’ (volksvergadering) over wetten en benoemingen. Vrouwen, slaven en vreemdelingen waren van stemming uitgesloten. Met een bevolking die voor 30% uit slaven bestond betekende dit, dat slechts 20% van de bevolking stemgerechtigd was. Dit deed echter niets af aan de zuiverheid van het systeem an sich. Alle deelnemende burgers hadden gelijke stem- en spreekrechten en een gelijk recht om voor een bestuursfunctie benoemd te worden. Politici die in Athene te veel macht naar zich toe trokken werden door het volk afgezet door middel van het schervengericht. Op een potscherf schreef elke burger de naam van een door hem gewraakte politicus. Degene wiens naam het meest voorkwam op de ingeleverde scherven, werd voor tien jaar uit de stad verbannen.

Het is duidelijk, dat de directe vorm van democratie alleen mogelijk was bij een beperkte bevolkingsgrootte. De Pnyx in Athene bood ruimte aan slechts zesduizend mensen.

In landen met grote aantallen inwoners moest een andere methode gezocht worden. Het idee van volksvertegenwoordigers deed opgang. In de Romeinse Republiek werden de plebejers vanaf 287 v.Chr. vertegenwoordigd door de volkstribunen en ook alle latere democratieën waren indirecte democratieën. In de 17 de eeuwse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestonden de Staten Generaal uit vertegenwoordigers van de zeven verenigde Nederlanden en hun inwoners.

Partijvorming deed pas opgang vanaf eind 19 de eeuw.  In 1879 richtten enkele leden van de Nederlands Hervormde Kerk de Anti Revolutionaire Partij (ARP) op. De Liberale Unie volgde in 1885 en in 1894 verscheen de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) op het politieke toneel. Pas in 1926 verenigden de katholieken zich in de Roomsch Katholieke Staats Partij (RKSP). Het partijenstelsel is dus nog geen honderdvijftig jaar oud, terwijl het concept van democratie al vijfentwintighonderd jaar functioneert. Het is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk dat tegenwoordig vrijwel alle politicologen, historici en andere lieden van wie een historisch besef verwacht mag worden er vanzelfsprekend van uitgaan dat politieke partijen en democratie onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Ondertussen klaagt de kiezer over de afstand tussen burger en politiek. Na elke verkiezing en na elk regeerakkoord, is er bij menige kiezer teleurstelling over de concessies die zijn partij heeft moeten doen om mee te mogen regeren. Dat is niet waarvoor hij gekozen heeft. Beloften die zijn favoriete politicus tijdens de verkiezingsperiode gedaan heeft, worden meteen al geschonden. Het systeem heeft een ingebouwde fout, die de veenbrand van het wantrouwen jegens politici steeds weer op doet laaien. Slechts weinigen beseffen echter, dat het stelsel van politieke partijen van dit alles de oorzaak is. Partijbelang is nog geen landsbelang en andersom. De mate waarin ze verschillen is recht evenredig met de hoeveelheid tijd en energie die in het parlement verspild word. De politieke machtsblokken zijn struikelblokken geworden, een verschijnsel dat niet meer past bij de huidige tijd en dat de democratie onnodig verzwakt. Het principe dat een volksvertegenwoordiger rechtstreeks door zijn kiezers gekozen wordt vanwege zijn persoonlijke, politieke opvattingen en dat zijn stemgedrag daar één op één uit volgt, is verder weg dan ooit.

Hoe kan het concept van purocratie dit principe herstellen? Daar kom ik later op terug, eerst noem ik enkele, voor iedereen waarneembare bezwaren tegen het huidige politieke partijenstelsel, die uiteraard ook gelden voor de provinciale en gemeentelijke politiek.

Om genderdiscussie te vermijden verklaar ik, dat het elke gendervariant kan betreffen wanneer ik spreek over personen in mannelijk enkelvoud.

     

Tien bezwaren tegen het partijenstelsel

 

1.     Stemdwang binnen de fractie.
Een partij is een vereniging van mensen die in grote lijnen overeenkomstige politiek-maatschappelijke denkbeelden koesteren. Binnen die grote lijnen echter, doen zich veel eigen meningen en inzichten voor. Met de gevarieerdheid van onderwerpen waarover gedebatteerd en gestemd moet worden, is het ondenkbaar dat elk partijlid op elk moment dezelfde mening als zijn partijgenoten heeft. In het beste geval wordt binnen de partij een discussie over het onderwerp gevoerd. Daarna volgt het officiële partijstandpunt en het partijlid wordt geacht, volgens dat partijstandpunt te stemmen, ook al heeft hij zelf een andere opvatting. Want de partij is een soort militie. Je eigen mening krijgt een uniform aan, zodat je naar de buitenwereld klaar bent voor een strijd die menig maal de jouwe niet is. Zo misvormt fractiediscipline het stemgedrag van de volksvertegenwoordigers en worden twee basisvrijheden van de volksvertegen-woordiger beperkt: de vrijheid van denken en de vrijheid van meningsuiting.

De stemdwang kan ver gaan. Een fractielid kan het woordvoerderschap worden ontnomen. Of lager op de eerstvolgende verkiezingslijst worden geplaatst. In het uiterste geval kan hij zelfs uit de fractie worden gezet.

Op alle momenten dat een volksvertegenwoordiger tegen zijn overtuiging in stemt, offert hij een stuk democratie op. Hoeveel democratieverlies dat in vier jaar tijd met honderdvijftig parlementsleden oplevert, laat zich raden, om nog maar te zwijgen over de gemeenteraden en Provinciale Staten.  

  2.     Verzwakking van het parlement.

Onderlinge strijd verzwakt altijd het geheel. De politieke partijen leveren daar zelf het bewijs van. Zodra binnen de gelederen van een partij strijd ontstaat, verzwakt dat haar positie en zakt de partij in de peilingen. Het zelfde principe geldt voor het parlement als geheel. Wat eufemistisch ‘politieke dynamiek’ wordt genoemd, is meestal een onderlinge partijenstrijd, die in de plaats komt van een gemeenschappelijk doel, namelijk het volk dienen.

Dient een partij die voor haar principes opkomt haar kiezers dan niet?  En is een partij niet veel sterker in het uitdragen van een ideologie dan afzonderlijke parlementsleden?

De realiteit is, dat de kiezer nauwelijks nog geïnteresseerd is in ideologie, zoals we in paragraaf I van Deel 2 zullen zien. Hij bepaalt per onderwerp zijn standpunt, los van partijprogramma’s.

Omdat partijen machtsblokken zijn, zal elke partij proberen om de macht van rivaliserende partijen zo veel mogelijk te verkleinen. Dat levert, naast de inhoudelijke debatten, een constante, onderliggende strijd op. De regering vindt dan ook voortdurend een verdeeld parlement tegenover zich. Logisch dat bewindslieden steeds zullen proberen om de partijen tegen elkaar uit te spelen en in verdeeldheid te heersen. Dat is hun goed recht, maar het vermindert het democratisch vermogen, omdat de partijenstrijd onnodige vergader tijd en energie kost, het indienen van veel moties bestuurlijke traagheid veroorzaakt en dossiers die niet ‘sexy’ zijn onbehandeld blijven. Een partijloos parlement, dat als één geheel het volk vertegenwoordigt en waarin elke volksvertegenwoordiger zonder last of ruggespraak kan stemmen, is de sterkste democratische kracht die een regering tegenover zich kan vinden.

  3.     Machtsongelijkheid tussen volksvertegenwoordigers.

Alle stemmen in het parlement zijn aan elkaar gelijk. Maar door de hiërarchie binnen de fracties zijn niet alle parlementsleden aan elkaar gelijk. Fractieleiders zetten de politieke lijnen uit, voeren de belangrijke debatten, zoals bij de Algemene Beschouwingen en de onderhandelingen bij coalitievormingen. Zij schuiven kandidaten naar voren of zetten ze op een zijspoor en bepalen in hoge mate de politieke koers. Kortom, fractieleiders hebben meer macht dan gewone parlementsleden. Hun onderlinge machtsongelijkheid werkt onvermijdelijk door in het democratisch proces van kandideren, debatteren, stemmen en benoemen. 

4.     Oppositiepartijen naar de reservebank

Coalitiepartijen verdelen samen de macht in het parlement en in de regering. Oppositiepartijen hebben vier jaar lang het nakijken. Vier jaar lang wordt daarmee ook een groot deel van de kiezers op een dieet van spek en bonen gezet en dreigt de ‘tirannie van de meerderheid’: het grootste machtsblok in het parlement legt zijn wil op aan de minderheid en gaat zich als alleenheerser gedragen. De coalitie kan in principe elke maatregel er doorheen drukken. In feite is er voortdurend sprake van een gemankeerde democratie, want het is niet democratisch dat de stemmen van enkele miljoenen burgers gedurende de hele regeringsperiode verloren gaan op momenten dat het er voor hen op aan komt. Oppositie heeft tot gevolg, dat de politieke invloed van omvangrijke minderheden langdurig in het gedrang komt.   

5.     Politiek populisme.
Overal in de samenleving komt populisme voor. Volksmenners die zich afzetten tegen ‘de elite’ en daarmee populariteit verwerven bij het volk, zijn te vinden op Twitter en Facebook, in talkshows, tot in wijkverenigingen toe. Zij exploiteren het gegeven dat de menselijke emotie gemakkelijker is te bespelen dan het redelijke verstand. Binnen het parlement echter, is populisme alleen mogelijk in een partijenstelsel. Immers, politiek populisme is weinig meer dan het omzetten van collectieve angst en woede in politieke macht. De politieke partij is daar bij uitstek het instrument voor. Een effectieve, gesubsidieerde propagandamachine om het populistische gedachtegoed dagelijks te verspreiden.
Valt het partijenstelsel weg, dan valt ook de populistische beweging weg. Zonder partij geen groepsmacht, behalve die van het parlement als geheel. Uiteraard kunnen afzonderlijke volksvertegenwoordigers ook populisten zijn, die een felle strijd aangaan in het parlement. Maar aanvaringen tussen afzonderlijke parlementsleden kunnen minder schade aanrichten dan aanvaringen tussen partijen.

  6.     ‘Cordon sanitair’.

Populisme en ook andere radicale, politieke krachten, leiden tot partijpolarisering. Dergelijke partijen isoleren zichzelf door hun extreme standpunten. Geen andere partij wil zich ermee associëren, laat staan regeren. Maar een ‘cordon sanitair’ zet ook grote groepen kiezers buiten spel, hetgeen ondemocratisch is. In een parlement zonder partijen is dit onmogelijk, omdat dan hooguit afzonderlijke volksvertegenwoordigers door anderen van regeringsdeelname uitgesloten kunnen worden, terwijl minder extreme geestverwanten wellicht in aanmerking blijven komen.

  7.     Politieke chantage.

Bij staking van de stemmen over een onderwerp van nationaal belang, kan een enkele stem van een kleine partij beslissend zijn. Dat  wordt in de parlementaire praktijk als normaal aanvaard, maar is het zeker niet Op zo’n moment heeft deze kleine partij aanzienlijk meer macht dan krachtens de omvang van die partij democratisch verantwoord is. Zij kan dan politieke eisen gaan stellen die anders nooit ingewilligd zouden worden. Het zelfde geldt voor een fractielid dat uit een coalitiepartij stapt en zijn zetel meeneemt, waardoor de coalitie haar meerderheid verliest. Een frustrerende, politiek-perverse situatie, die  alleen maar mogelijk is, omdat het stemgedrag van elk parlementslid vooraf bekend is. In een purocratisch stelsel zonder partijen is van tevoren niet na te gaan of de stemmen zullen staken, zoals hierna wordt aangetoond.

  8.     Achterkamertjespolitiek.

Het maken van politieke afspraken en beslissingen buiten het parlement om is ondemocratisch. Niet alleen omdat er maar enkele leden van de fracties bij betrokken zijn, maar zeker ook omdat het zich aan de openbaarheid onttrekt. Functionarissen worden benoemd op oncontroleerbare gronden. Standpunten worden uitgeruild als postzegels, fractievoorzitters beheren de verzameling en als de debatten beginnen, is het album al gesloten. Achterkamertjespolitiek dient het politieke doel van enkele partijen, maar maakt het politieke debat tot een schijnvertoning. Achterkamertjespolitiek is alleen mogelijk als enkele volksvertegenwoordigers voor vele anderen kunnen beslissen, met andere woorden, in een partijenstelsel.


9.     Langdurige kabinetsformaties.
Zodra de parlementsverkiezingen achter de rug zijn, ontstaan er partij-onderhandelingen over drie heikele onderwerpen: coalitievorming, regeerakkoord en portefeuilleverdeling. Elke deelnemende partij werpt haar volle gewicht in de strijd, wat in veel gevallen leidt tot tijdrovende en afmattende onderhandelingen. De formatie van Balkenende II in 2003 duurde 125 dagen, Rutte I in 2010 nam 127 dagen in beslag en Rutte III in 2017 zelfs 225 dagen. Verkenner, informateur en formateur hebben hun handen vol en haken niet zelden af, omdat partijen niet in beweging te krijgen zijn en zichzelf in de weg zitten.

Deze langdurige kabinetsformaties verlammen het bestuur. Alleen omdat partijen het niet met elkaar eens worden, zit het volk maandenlang zonder regering en raakt de samenleving achterop, daar noodzakelijk beleid dat uit de verkiezingen volgt door een demissionair kabinet niet wordt uitgevoerd en dringende beslissingen niet worden genomen.

     10. Uitruil partijprincipes.

De burger kiest voor een bepaalde partij vanwege de belangrijkste principes die de betreffende partij huldigt. Bij onderhandelingen over een regeerakkoord worden de beleidsmaatregelen die volgen uit deze partijprincipes tegen elkaar uitgeruild. (‘Jullie krijgen extra budget voor onderwijs, wij voor defensie’). Deze ruilhandel in ‘kroonjuwelen’ speelt zich af buiten de kiezer om. Ook dit is niet democratisch en wekt dikwijls verontwaardiging bij de kiezer, die het gevoel heeft dat verkiezings-beloften meteen al gebroken worden. Uiteraard worden in elke democratie beslissingen genomen waar je het als individuele kiezer niet mee eens bent, maar het is een groot verschil of zo’n beslissing het resultaat is van handjeklap tussen twee fractievoorzitters, of van een zuiver gemeten, democratische meerderheid in het parlement.  

 

Deel 2

Het partijloze stelsel

 

I.                 Terug naar de zuivere democratie

Tot zover de bezwaren tegen het partijenstelsel. De volgende vraag is, hoe kunnen we tot een zuiverder, effectiever systeem komen? En vooral: welke middelen staan ons daarbij in de huidige tijd ter beschikking, die bij de historische vorming van het partijenstelsel niet bestonden? Er is internet. Politici hebben het medium Twitter gevonden. Wij hebben Facebook, Instagram, eigen websites, e-mail en Whatsapp. De kwantumcomputer is in de maak, kunstmatige intelligentie is in ontwikkeling, we leven in een periode waarin de technologische mogelijkheden in steeds kortere tijd exponentieel toenemen.

De traditionele partijen zijn gevormd in een tijd van verzuiling en vereniging. De industriële revolutie leverde een arbeidersklasse op die zich niet langer liet uitbuiten en via het socialisme krachtig voor zichzelf opkwam. Nieuw ondernemerschap voedde het liberalisme. Kerkleiders hielden hun kudden bij elkaar in confessionele partijen, omroepen, kranten en tijdschriften. Idealisten schiepen hun eigen utopia’s, maar ook het Rode Kruis en de internationale scouting beweging. Alle maatschappelijke groeperingen hadden in de woelige periode van eind 19e en begin 20 ste eeuw hun redenen om zich te verenigen en zich te verschansen in hun eigen bastions. 

Met de 21 ste eeuw is een nieuwe tijd aangebroken. De comfortabele beslotenheid van clubjes en clusters heeft plaatsgemaakt voor openheid en digitale directheid. Jonge kiezers zijn mondig en goed geïnformeerd en laten zich niet zo makkelijk meer in een politieke hoek drukken. Zij uiten zich direct op social media, waar zij gelijkgestemden vinden, of in discussie gaan met anders denkenden. Met hun politieke standpunten surfen ze onbekommerd over de partijprogramma’s. En ook bij oudere kiezers lopen standpunten over zaken als klimaat, veiligheid, migratie, zorg en onderwijs dwars door de partijprogramma’s heen. Bij het ene onderwerp neemt de kiezer het standpunt van links over en bij het andere dat van rechts. Bevlogen ideologieën hebben hun tijd gehad. Met de individualisering en de secularisering is de belangstelling voor kerken, clubs, verenigingen en partijen drastisch afgenomen. Slechts 2% van de stemgerechtigde bevolking is nog lid van een politieke partij. Standpunten worden ingenomen en uitgewisseld met bloggen en vloggen, op Facebook, Twitter en op internetfora. De vrijheid van meningsuiting en het publieke debat hebben een nieuwe dimensie gekregen en de digitale technologie van nu en de nabije toekomst maakt een ongekende transformatie van het politieke bestel mogelijk.

Maar wat voor politiek stelsel moet het dan worden? Democratie in haar meest zuivere vorm ontstaat als de volksvertegenwoordigers individueel, zonder last en zonder ruggespraak kunnen stemmen. En dat is alleen mogelijk in een stelsel zonder politieke partijen, hetgeen een geheel nieuwe staatsinrichting vereist, die ik vanwege de daaraan inherente stemzuiverheid purocratie heb genoemd. Hoe deze ingericht kan worden zet ik in grote lijnen hieronder uiteen. Wat ik daarbij zeg over parlementsleden, geldt in principe ook voor gemeenteraadsleden, Provinciale Statenleden en Europarlementsleden.

  

II.              Kandidaten kandideren zichzelf

 

In het huidige systeem is het niet de kandidaat die bepaalt of hij op de kandidatenlijst van een partij komt, maar de partijleiding. Binnen een partijstructuur is dat logisch. Je kunt maar een beperkt aantal kandidaten op de lijst hebben. Maar is het ook democratisch? Geschikte kandidaten die de partijleiding niet welgevallig zijn, gaan verloren, zelfs al is hun talent groter dan dat van de partijleider. De ongelijkheid doet zich al in een vroeg stadium gelden.

In een purocratie kan elke Nederlandse kiesgerechtigde zich kandidaat stellen voor de functie van volksvertegenwoordiger in de gemeenteraad, in de Provinciale Staten, in het parlement of in het Europees parlement. Zonder ondersteuningsverklaringen of waarborgsom. Hij meldt zich eenvoudig aan op de online kandidatenlijst van een door het rijk in te stellen, nationale website. Op deze Nationale Online Kandidatenlijst is per kandidaat ruimte voor een foto, een video en een profiel. De kandidaat moet bij zijn aanmelding in een matrix zijn standpunten over de belangrijkste politieke onderwerpen aangeven en mag zijn denkbeelden met een eigen tekst, video of website link toelichten. Na het invullen van zijn burger servicenummer krijgt hij een persoonlijk kandidaatnummer toegewezen.

Het is te verwachten dat door de lage drempel relatief veel kandidaten zich zullen aanmelden.  Voor het systeem is dat geen probleem. De website accepteert en registreert. Voor de opkomst van de verkiezingen is het een stimulans, omdat veel burgers uit de familiale en sociale netwerken van de kandidaten bij de verkiezingen worden betrokken.

De meest kansrijke kandidaten komen daarbij vanzelf bovendrijven. Het zijn degenen die zich bekendheid en waardering verwerven of hebben verworven. Ongetwijfeld zullen bijvoorbeeld veel nieuw gekozen parlementsleden eerder gemeenteraadslid of statenlid zijn geweest, of een andere, openbare functie hebben bekleed. Maar ook burgers die zich verdienstelijk maken voor maatschappelijke projecten, voor hun stad of voor bepaalde groeperingen, kunnen direct gekozen worden voor de gemeenteraad, de Provinciale Staten, het parlement of het Europees parlement.   

Alle kandidaten zijn verantwoordelijk voor de financiering van hun persoonlijke campagnes. Uit eigen vermogen, uit crowd funding en/of sponsoring. Hoewel vermogende kandidaten hiermee enige voorsprong hebben, kunnen grote bedrijven niet langer politieke invloed of gunsten kopen door een hele partij te sponsoren.

De communicatiemiddelen die kandidaten tot hun beschikking hebben om zich aan de kiezer te presenteren zijn talrijk, zoals gezegd. Naast het geven van interviews in gedrukte media kunnen zij bloggen en vloggen, social media bespelen, optreden op TV en radio, persoonlijke websites publiceren, kortom, alle mogelijkheden van de moderne mediatechnologie benutten.

De gemeenteraadsverkiezingen worden tegelijk met de Provinciale Statenverkiezingen gehouden. De parlementsverkiezingen vinden afzonderlijk plaats.

  

III.          Stemmen met voorverkenning

 

In de huidige democratie kent de kiezer tijdens de verkiezingsperiode alleen de lijsttrekkers en hooguit enkele andere kandidaten. Aangezien men vooral op een partij stemt, kruisen vele duizenden kiezers uit gemakzucht de eerste of de tweede naam op de lijst aan. Kandidaten die lager op de lijst staan krijgen alleen voorkeurstemmen wanneer zij zich op de één of andere manier positief in de kijker hebben gespeeld. Het resultaat is, dat veel andere volksvertegen-woordigers niet of nauwelijks bewust gekozen zijn. Zij rijden mee in een trein met een populaire conducteur.

Een purocratie is zodanig ingericht, dat elke volksvertegenwoordiger gekozen wordt door kiezers die weten wie hij is en bewust op hem stemmen. Zij moeten hun keuze al hebben gemaakt vóórdat zij hun favoriete kandidaat in het stemhokje invullen. Er zijn daarbij twee mogelijkheden: de kiezer weet al op wie hij gaat stemmen, of hij moet zijn keuze nog bepalen. In het laatste geval kan de hulp van de Nationale Online Kandidatenlijst worden ingeroepen, die tevens een stemwijzer bevat. Zoals gezegd heeft elke kandidaat bij zijn aanmelding in een matrix zijn standpunten over de belangrijkste politieke onderwerpen aangegeven. Als de kiezer in een matrix ook zijn standpunten aankruist, krijgt hij automatisch de kandidaten gepresenteerd die zich het dichtst bij zijn standpunten bevinden. Anderzijds kan hij de naam van zijn favoriete kandidaat invoeren en checken wat diens standpunten zijn.

Al naargelang het soort verkiezingen, vult de kiezer in het stemhokje één kandidaat per volksvertegenwoordiging in (parlement, gemeenteraad, Provinciale Staten of Europarlement). De kandidaten die de meeste stemmen krijgen, winnen een zetel. Er is dus geen kiesdrempel, maar een eenvoudige, numerieke stemuitslag die bepaalt wie een zetel krijgt en wie niet.

  

IV.           Stemgetallen

 

Het gelijkheidsbeginsel waar purocratie voor staat, betekent, dat de verkiezingsuitslag maximaal tot uiting moet komen in het functioneren van de volksvertegenwoordiging. De consequentie hiervan is, dat de gekozen volksvertegenwoordigers niet aan elkaar gelijk zijn. De één kan met aanzienlijk meer stemmen gekozen zijn dan de ander. Voor een zuiver democratisch verloop moet dit representatieve verschil bij stemmingen in de volksvertegenwoordiging tot uiting komen. Daartoe krijgt elke volksvertegenwoordiger een stemgetal dat overeenkomt met het aantal kiezers dat op hem gestemd heeft. Na een stemming in de volksvertegenwoordiging telt de computer automatisch de stemgetallen bij elkaar van de voor- en tegenstemmers. Het hoogste integrale stemgetal bepaalt de uitslag, niet het aantal stemmers. Zo kunnen burgers en jounalisten op elk moment nagaan hoeveel kiezers aan een bepaalde wet of parlementair besluit ten grondslag liggen. 

 

Een bezwaar dat hier tegen aangevoerd zou kunnen worden is, dat er toch weer een vorm van partijvorming zou kunnen ontstaan. Volksvertegenwoordigers met een hoog stemgetal maken onderlinge stemafspraken en vormen als het ware een beweging. Echter, ook een beweging houdt in, dat de daarbij aangesloten volksvertegenwoordiger zich in de toekomst aan collectief stemgedrag moet gaan houden. Dit conflicteert met het verbond dat hij met zijn persoonlijke achterban heeft gesloten. Zijn belangrijke standpunten liggen vast in zijn matrixprofiel en vormen de basis van zijn stemgedrag. Hij zal zich tijdens de debatten verheugen in elke medestander, maar als purocratische volksvertegenwoordiger heeft hij er geen enkel belang bij om zijn zelfstandige positie op te geven en zich aan stemdwang te onderwerpen.

 

V.              Uitsluitend gekozen bewindslieden

Met het kiezen van volksvertegenwoordigers worden automatisch de bewindslieden gekozen. De kandidaat met het hoogste stemgetal wordt minister president. De kandidaten met achtereenvolgende stemgetallen worden ministers en staatssecretarissen. De premier verdeelt in overleg met de tot ministers en staatssecretarissen gekozen kandidaten de portefeuilles, op basis van hun persoonlijke expertise en ervaring. Als een kandidaat afziet van zijn  regeringsrecht, wordt het aantal regeringsgerechtigde kandidaten op basis van de numerieke verkiezingsuitslag met één uitgebreid.

Eenzelfde procedure wordt gevolgd voor de besturen van provincies en gemeenten. Het ambt van Commissaris van de Koning vervalt en wordt vervangen door het ambt van gouverneur. De gouverneur heeft in grote lijnen dezelfde taken als de Commissaris van de Koning, maar er is één fundamenteel verschil: hij vertegenwoordigt niet langer de regering in de provincie, maar hij vertegenwoordigt de provincie bij de regering en als zodanig behartigt hij de provinciale belangen. Daar de gouverneur wordt gekozen op basis van de stemuitslag, kan de functie niet langer de ‘beloning’ zijn voor bewezen diensten van oud-politici uit Den Haag. De gedeputeerden worden eveneens op grond van de stemuitslag gekozen en benoemd, met portefeuilles die bij hun expertise en ervaring aansluiten. Het zelfde geldt voor burgemeesters en wethouders in gemeenten. Purocratie kent uitsluitend gekozen bewindslieden.

De consequentie hiervan is, dat elke kandidaat die een hoog stemgetal kan verwachten, vooraf bereid moet zijn om de verantwoordelijkheid van een bestuurlijke functie op zich te nemen. Met een groot aantal stemmen vrijblijvend oppositie voeren is er niet meer bij.

Ministers kunnen worden afgezet bij Motie van Afzetting (schervengericht). Zodra de meerderheid van het parlement, om welke reden ook, geen vertrouwen meer heeft in een bewindspersoon, wordt de motie tegen hem ingediend. Vervolgens wordt een vervanger gezocht onder de volksvertegenwoordigers met de hoogste stemgetallen, terwijl ministers ook onderling portefeuilles kunnen overnemen. Het schervengericht geldt eveneens voor de minister president. Afgezette bewindslieden kunnen niet in de zittende volksvertegenwoordiging plaatsnemen. Uiteraard kunnen zij wel weer aan een volgende verkiezing deelnemen.
Tijdens een regeerperiode hoeft geen enkel kabinet te vallen, daar zijn machtspositie niet is gebaseerd op een kamermeerderheid van partijen, maar op vertrouwen van de kiezer en zijn volksvertegenwoordiger in individuele politici. Moties en wetsvoorstellen worden bij meerderheid aangenomen of verworpen, tijdens debatten woedt er geen enkele partijenstrijd.

Alle bewindslieden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

Als een volksvertegenwoordiger wegvalt, door opzegging, overlijden e.d., wordt de volksvertegenwoordiging op basis van de numerieke verkiezingsuitslag aangevuld met nieuwe volksvertegenwoordigers. Valt een bewindspersoon weg, dan kiest de volksvertegenwoordiging, rekening houdend met de stemuitslag, uit eigen gelederen een vervanger.
Het feit dat de kandidaten die de meeste stemmen vergaren bewindslieden worden, voorkomt dat één enkele volksvertegenwoordiger een te groot machtsblok op zichzelf kan worden.


VI.           Stemsysteem 2.1

Om de keuzevrijheid van elke kiezer te waarborgen blijft het stemmen plaatsvinden in het stemhokje. Niet met formulieren en rode potloodjes, maar met een stemcomputer die is aangesloten op een centrale, landelijke computer. Hiermee is onmiddellijk na de verkiezingen de uitslag bekend. Dat men tot nu toe niet in staat bleek om een deugdelijke, betrouwbare stemcomputer te vervaardigen, staat in schril contrast met de aanzienlijk grotere technologische prestaties die elders in de industrie geleverd worden. Het is slechts een rimpel in de technologische ‘mer à boire’ die voor ons ligt.

De kiezer stemt door het kandidaatnummer van zijn favoriete kandidaat in de stemcomputer in te voeren, waarna ter controle de bijbehorende naam en foto op het scherm verschijnen. Hiermee wordt het ‘zo maar’ aankruisen van een kandidaat onmogelijk. De kiezer moet een bewuste keuze hebben gemaakt. Stemgerechtigden die in het buitenland verblijven, kunnen online stemmen.

Ook Europese parlementsleden worden in een purocratie partijloos gekozen. Het Europees parlement kent echter wel een partijenstelsel. De 29 Europarlementsleden waar Nederland recht op heeft, vormen samen de politieke eenheid Nederland, maar blijven autonome volksvertegenwoordigers, die zonder last of ruggespraak hun stem uitbrengen.

 

VII.       Integriteitscommissie

Vier weken na de verkiezingen treden de gekozen politici aan. Deze periode is bestemd om de achtergronden van de gekozen politici te checken en waar nodig nader te laten onderzoeken. Er wordt een Integriteitscommissie ingesteld die van elke gekozen volksvertegenwoordiger de geloofsbrieven moet onderzoeken om o.a. vast te stellen of hij van onbesproken gedrag is. Per gekozene vraagt de commissie de volgende gegevens op: curriculum vitae, nevenfuncties, verklaring omtrent gedrag, referenten en informanten.

De Integriteitscommissie bestaat uit leden van het parlement van vóór de verkiezingen.

Ook burgers kunnen bij de Integriteitscommissie bezwaar maken tegen de benoeming van een gekozen volksvertegenwoordiger. Bezwaarmakers zullen moeten aantonen dat niet voldaan wordt aan één of meer wettelijke eisen die worden gesteld, zoals eisen van leeftijd, nationaliteit, niet-ontzetting uit het kiesrecht of ongeoorloofde nevenfuncties.

Indien er aanleiding toe is, wordt de AIVD verzocht om nader onderzoek te doen. Valt een gekozene als gevolg van het onderzoek af, dan gaat de zetel op basis van de numerieke verkiezingsuitslag naar een nieuwe kandidaat.

  

VIII.    Parlementsraad

 

De Eerste Kamer werd in 1815 in het leven geroepen om de adel een rol te geven in het parlement. Bij de grondwetherziening in 1848 veranderde daar niet veel aan. Alleen werden de leden van de Eerste Kamer niet langer door de koning benoemd, maar door de Provinciale Staten. Thorbecke zag toen al het nut niet in van de Eerste Kamer. Als het aan hem had gelegen was het instituut in 1848 afgeschaft.

In een purocratie is geen plaats voor de Eerste Kamer. Dit archaïsche instituut heeft tot taak, het toetsen van nieuwe wetten op kwaliteit en uitvoerbaarheid. Maar sinds in 1922 de evenredige vertegenwoordiging is ingevoerd, wordt er ook volop politiek gestemd in de Eerste Kamer. Daarbij maken partijen, indien het hun goed uit komt, oneigenlijk gebruik van verschillende verkiezingsuitslagen. Er ligt soms een periode van jaren tussen de Tweede Kamer verkiezingen en de verkiezingen van Provinciale Staten, die de Eerste Kamerleden kiezen. Zodra de Tweede Kamerleden gekozen zijn, is de  samenstelling van de Eerste Kamer gebaseerd op een verouderde verkiezingsuitslag. En zodra de Eerste Kamerleden gekozen zijn is de samenstelling van de Tweede Kamer verouderd, met dit verschil, dat de leden van de Tweede Kamer rechtstreeks gekozen zijn en die van de Eerste Kamer getrapt, dus minder democratisch. Vrijwel alle oppositiepartijen maken politiek misbruik van het tijdsinterval tussen de eerste en Tweede Kamerverkiezingen. Stilzwijgend maar opportunistisch wordt in de Eerste Kamer een andere verkiezingsuitslag benut dan in de Tweede Kamer, wat democratisch gezien absurd is. Een goed werkend parlement heeft voor het toetsen van wetten ook geen tweede politieke ronde  nodig, zoals Zweden aantoont. Daar bestaat maar één kamer: de Rijksdag.

Niettemin blijft toetsing van de wetgeving essentieel voor de kwaliteit ervan. Om terug te keren naar deze eenduidige taak wordt in een purocratie een Parlementsraad ingesteld, die de aangenomen, nieuwe wetten beoordeelt. De Parlementsraad bestaat uit deskundige niet-parlementsleden: juristen, staatkundigen en experts op diverse andere gebieden zoals zorg, jeugdzaken, defensie, onderwijs, cultuur, waterschappen, landbouw, vervoer enz. Zij kunnen in wisselende raadscommissies  worden ingezet, naargelang het soort wet dat beoordeeld moet worden. De bevoegdheden van de Parlementsraad omvatten uitsluitend het toetsen van nieuwe wetten en waar nodig het doen van aanbevelingen. Indien de Raad oordeelt dat een wet van onvoldoende kwaliteit, niet uitvoerbaar of in strijd met de grondwet is, kan zij deze wet niet wegstemmen, maar alleen ter verbetering of vernietiging terug verwijzen naar het parlement.

  

IX.           Zonder last of ruggespraak

 

Van vele moties die in het huidige parlement worden ingediend, staat van tevoren vast of ze aangenomen of verworpen zullen worden. De partijlijnen zijn duidelijk en alleen in discussiegevallen kunnen stemmingen verrassingen opleveren. Deze stemvoorspelbaarheid is in hoge mate het gevolg van stemdwang en achterkamertjespolitiek.

In een purocratie brengt elke volksvertegenwoordiger in totale vrijheid, zonder last of ruggespraak, zijn stem uit. Niet met het verwarrende hand opsteken of het tijdrovende mondeling stemmen, maar met een stem-app op de smartphone en een beeldscherm in de vergaderruimte, waarop direct per persoon de stem en de totaalscore worden weergegeven. Indien er anoniem gestemd moet worden (benoemingen, voordrachten), verschijnt alleen de score op het scherm, zonder de namen van de stemmers. Een dergelijk digitaal systeem zal de stemprocedures aanzienlijk versnellen.

Voor maximale transparantie worden alle stemmingsuitslagen van de volksvertegen-woordiging online gepubliceerd. Niet slechts met de vermelding Verworpen, Aangenomen of Aangehouden, maar bij niet-anonieme stemmingen wordt per volksvertegenwoordiger vermeld hoe hij gestemd heeft. Daarmee kan hij direct door de kiezer op zijn stemgedrag aangesproken worden. Dat bepaalde individuën deze informatie gebruiken om volksvertegenwoordigers maatschappelijk te diskwalificeren, mag geen reden zijn om af te zien van maximale transparantie.

Twee omstandigheden maken achterkamertjespolitiek onmogelijk:

 

1. In een purocratisch parlement is het met honderdvijftig parlementsleden vrijwel ondoenlijk om vooraf per persoon te weten te komen wat zijn standpunt over een bepaald onderwerp is.

 

2. De stemmingsuitslagen voorspellen wordt nog extra bemoeilijkt omdat elk parlementslid een eigen stemgetal heeft, dat overeenkomt met het aantal kiezers dat hem gekozen heeft.

 

In een purocratie wordt minder politiek en meer democratie bedreven.

  

X.              Geborgd stemmen

 

Ook volksvertegenwoordigers kunnen onderhevig zijn aan de waan van de dag en de hype van de week. Dramatische gebeurtenissen, schokkende publicaties en hoog oplopende, maatschappelijke discussies kunnen impulsief stemgedrag in het parlement tot gevolg hebben. Op dergelijke momenten dreigt het gevaar van de ‘impulsieve meerderheid’, een meerderheid van stemmen die op een ander moment wellicht niet was ontstaan. Om dit gevaar enigszins tegen te gaan, kan de kamervoorzitter besluiten om voor bepaalde, belangrijke politieke onderwerpen ‘geborgd stemmen’ toe te passen. Dit gaat als volgt. Indien de eerste stemronde een meerderheid van minimaal 60% oplevert, is deze bindend. Is de meerderheid bij de eerste stemronde kleiner dan  60%, dan volgt een week later een tweede stemronde. De meerderheid van die tweede stemronde is bindend, ongeacht het percentage. Voorafgaand aan de tweede stemronde vindt ook een tweede debat plaats, opdat elke volksvertegenwoordiger zich nog eens ten volle bewust wordt van de stem die hij uitbrengt.


   

XI.           Consensusgroepen

 

Uiteraard zullen zich in elke purocratische volksvertegenwoordiging groepen vormen waarvan de leden over één of meer onderwerpen het zelfde standpunt innemen en dus het zelfde zullen stemmen. Ook politieke lobbyisten zullen proberen om ‘consensusgroepen’ over bepaalde onderwerpen bij elkaar te krijgen. De leden van deze groepen kunnen elkaar echter nooit dwingen om ook over andere onderwerpen gelijkluidende standpunten in te nemen. De samenstelling van consensusgroepen wisselt stilzwijgend met de dag, naargelang de volksvertegenwoordigers in debatten of anderszins hun standpunten  innemen. Consensusgroepen zullen elkaar vaak gedeeltelijk overlappen, het zijn levende, parlementaire organismen, gevoed door strikt individuele, soms voortschrijdende inzichten. Niemand kan op enig moment per standpunt een precies beeld van consensusgroepen krijgen en zij kunnen nooit uitgroeien tot partijen. Vanzelfsprekend zullen ook in een purocratisch parlement ‘influencers’ opstaan, mensen met meer natuurlijk gezag dan anderen. Al was het alleen al vanwege de specifieke expertise die bepaalde parlementsleden bezitten. Maar dit gezag ontlenen zij uitsluitend aan zichzelf, niet aan hun positie binnen een partij. Zij zullen zich al gauw opwerpen als aanvoerders van consensusgroepen en als leiders van specialistische debatten.

  

XII.         Nationaal Beleidsplan

 

In een partijenstelsel is een regeerakkoord niet alleen het resultaat van ontluisterende uitruil van partijprincipes, maar ook een bron van politieke onbetrouwbaarheid. Achtereenvolgende kabinetten zwalken van links naar rechts en hun beleid zwalkt mee. Boeren, bouwers en andere ondernemers die hun investeringen hadden gebaseerd op actuele regelgeving, zien hun investering menig maal geheel of gedeeltelijk verloren gaan als een volgend kabinet de regels terug draait of drastisch verandert. De partijen die aan de macht zijn maken het akkoord, de andere hebben het nakijken.

In een purocratie wordt het regeerakkoord vervangen door een Nationaal Beleidsplan, dat met debat en stemming getoetst is door het parlement. De procedure is als volgt. Nadat een kabinet gevormd is, stellen de bewindslieden in onderling overleg een Concept Nationaal Beleidsplan samen. Dit Concept Nationaal Beleidsplan wordt voorgelegd aan het parlement, dat erover debatteert en het recht heeft om elk onderdeel met amendementen en moties aan te passen. Als de nodige stemmingen hierover hebben plaatsgevonden, wordt een definitief  Nationaal Beleidsplan  vastgesteld en is het de taak van het parlement om de regering eraan te houden, dan wel toe te staan om ervan af te wijken. Een Nationaal Beleidsplan wordt dus veel breder gedragen dan een regeerakkoord, omdat het hele parlement erover gedebatteerd en gestemd heeft. Daardoor zullen de uit het plan volgende maatregelen minder oppositie ondervinden.

Analoog aan het bovenstaande geldt eenzelfde procedure voor de Provinciale Staten versus provinciebestuur en de gemeenteraad versus college van B & W. Zij maken respectievelijk een Provinciaal en een Gemeentelijk Beleidsplan.

Met deze procedure behoren langdurige formaties tot het verleden. Strijd om o.a. ministers- en wethoudersposten en eindeloze onderhandelingen over een regeerakkoord zijn niet langer aan de orde. Ministers, wethouders en gedeputeerden worden rechtstreeks gekozen op basis van de verkiezingsuitslag. Deze bewindslieden gaan vervolgens geen partijgevechten met elkaar aan, maar ontwikkelen onderling én samen met de volksvertegenwoordigers het in hun ogen beste beleidsplan.

In plaats van grote, soms dramatische politieke aardverschuivingen door machtsblok-wisselingen, kent een purocratie stabiliteit en continuïteit, waarbij elk volgend parlement en kabinet de politieke zaken voortzetten op basis van voortschrijdend inzicht en een slagvaardig, consistent vervolgbeleid.

  

XIII.   Meer debat in plaats van oppositie

 

Oppositie in een partijenstelsel betekent dat de ene partij zich per definitie  tegenover de andere opstelt. Een oppositiepartij moet wel regelmatig van leer trekken tegen de regerende partijen om de eigen achterban de indruk te geven, stevig op te treden. En zodra de oppositiepartij zelf in de regering komt, zijn de rollen omgedraaid. Dan wordt het verdedigen geblazen, niet zelden samen met de regeringspartij die eerder bestreden werd. Deze voortdurende partijenstrijd vraagt veel tijd en energie en is een bedreiging voor de zuiverheid van het debat.

In een purocratie bestaat geen strijd tussen partijen, maar uitsluitend debat tussen volksvertegenwoordiging en bewindslieden en tussen volksvertegenwoordigers onderling. De groepen voor- en tegenstanders wisselen per onderwerp. Het ontbreken van partij profilerende oppositiedebatten schept meer tijd en ruimte voor politici om zich toe te spitsen op adequaat debatteren over het beleid en om hun inspanningen geheel en al te wijden aan de publieke zaak.

  

XIV.    Gefundeerd referendum

 

Het gezegde ‘inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht’ geldt in hoge mate voor referenda, wanneer er geen grondige voorlichting en maatschappelijk debat aan vooraf is gegaan. In dergelijke gevallen zijn referenda niet meer dan momentopnamen van de waan van de dag en de recente geschiedenis heeft uitgewezen hoezeer dit tot ongerijmde uitkomsten kan leiden. Met veel fakenieuws en nog meer charisma kunnen populisten het volk in korte tijd op het verkeerde been zetten.

Anderzijds past het bindende referendum als instrument voor volksraadpleging perfect in de democratische directheid van een purocratie. Het is nog het enige moment waarop de directe democratie van het oude Athene kan functioneren. Mits verantwoord en zorgvuldig ingezet, stelt het referendum regering en parlement in staat om zich bij cruciale beslissingen te verzekeren van de wens van het volk. Het is dan ook van belang om die zorgvuldigheid vorm te geven, door de burgers in de periode voorafgaand aan het referendum over het onderwerp te informeren en hen erbij te betrekken. De wettelijke voorwaarde die aan het referendum verbonden moet worden is een minimaal drie maanden durende, landelijke voorlichtingscampagne over het onderwerp van het referendum. Een campagne die begeleid wordt door een maatschappelijk debat op TV en in de gedrukte en social media. Een dergelijk ‘gefundeerd referendum’ moet de kiezer in staat stellen om zich een weloverwogen oordeel te vormen. De Parlementsraad dient erop toe te zien dat de campagne qua omvang, duur en kwaliteit aan de wettelijk omschreven eisen voldoet. Zo niet, dan uitstel van het referendum tot er wel aan de eisen is voldaan.

   

XV.       Centraal wetenschappelijk bureau.

 

De huidige, grote partijen beschikken elk over een eigen wetenschappelijk bureau. Het onderzoekt maatschappelijke thema’s, toetst politieke voorstellen op hun haalbaarheid en partijbeleid aan het partijprogramma. Deze gang van zaken heeft drie bezwaren:

 

1.     Het gevaar van ‘resultaat gestuurd’ onderzoek. De politieke partij ziet immers graag dat de onderzoeksresultaten stroken met het beleid dat haar voor ogen staat. Gemanipuleerd onderzoek vertroebelt echter de debatten, omdat het oneigenlijke argumenten oplevert.

 

2.     Anderzijds vormt een wetenschappelijk bureau niet zelden een machtsfactor binnen de partij, wanneer (niet gekozen) onderzoekers parlementariërs onder druk zetten om hun beleid aan te passen.

 

3.     Kleine partijen krijgen aanzienlijk minder subsidie voor hun wetenschappelijk bureau en hebben dus beperktere onderzoekscapaciteiten.

 

In een purocratie is er één centraal politiek-wetenschappelijk bureau voor het hele parlement.

Elke volksvertegenwoordiger kan aan dit bureau een onderzoeksopdracht verstrekken. Om overbelasting te voorkomen geldt een drempel van minimaal drie parlementsleden die de opdracht moeten gegeven. Meestal zullen dat parlementsleden zijn die op bepaalde gebieden als deskundigen optreden.

De onafhankelijkheid van het bureau garandeert objectieve onderzoeksresultaten.

Behalve onderzoek verzorgt het centraal politiek-wetenschappelijk bureau ook workshops en trainingen in alle regio’s, voor jongeren met politieke ambities. Daar worden zij niet met één politieke ideologie geïndoctrineerd, maar ontwikkelen zij de vaardigheden die nodig zijn om onafhankelijk te functioneren in een purocratisch politiek bestel.

  

XVI.    Macht over de macht

 

Purocratie biedt geen garantie tegen machtsmisbruik. Elke vorm van open democratie is kwetsbaar voor kwaadaardige geesten die de grenzen opzoeken en bereid zijn, ze te overschrijden. Alleen politieke stelsels waarin opponenten met geweld worden uitgeschakeld beschermen zichzelf tegen oppositie, met alle gevolgen van dien. Het is vooral het beschavingsniveau van westerse democratieën zoals Nederland (hoe discutabel soms ook), dat de democratie doet functioneren. 

Purocratie biedt door haar democratische structuur wel meer bescherming tegen machtsmisbruik dan een partijenstelsel. Volksmenners, ophitsers en potentiële potentaten worden in een purocratie niet gedragen door een partij. Zij moeten hun macht individueel veroveren, waarmee het gevaar van overmacht grotendeels wordt geneutraliseerd. Zelfs de verkiezingskandidaat met het hoogste stemgetal zal als eerste minister zijn macht moeten delen in een kabinet met andere topscorers, en dat alles in nauw overleg met het parlement bij het ontwikkelen en implementeren van het Nationaal Beleidsplan. Purocratie is een verfijnd systeem, waarin de macht eerst wordt verdeeld en vervolgens verenigd tot een zo zuiver mogelijke democratie.  

  

XVII.  Heroverweging

 

De hiervoor gegeven beschrijving van het purocratische bestel bevindt zich nog in de schetsfase. Bij serieuze discussie over de invoering ervan zullen details nader moeten worden uitgewerkt en zullen ook aanpassingen wenselijk blijken. Een geheel nieuwe Kieswet is noodzakelijk en er zullen diverse grondwetwijzigingen nodig zijn.

Ik heb dan ook niet de illusie dat de purocratie binnen afzienbare tijd zal worden ingevoerd. Maar dat het huidige partijenstelsel aan een heroverweging toe is, moge duidelijk zijn.

Het oude gebouw van de partijendemocratie zat al vol ontwerpfouten, nu zijn de fundamenten ervan ook nog aan het verzakken. Het stelsel is volkomen uit de tijd en in strijd met de meest essentiële voorwaarden voor democratische zuiverheid.

Purocratie herstelt de democratische zuiverheid en brengt de macht weer waar hij thuis hoort, namelijk bij de kiezer en zijn vertegenwoordiger. In een purocratie muteren alle tien genoemde bezwaren van partijvorming in hun tegendeel. Purocratische volksvertegen-woordigers worden niet gekozen omdat ze lid zijn van een partij, maar om hun  persoonlijke kwaliteiten. Hun onafhankelijke stem is zuiver en hun machtspositie is een direct afgeleide van het aantal kiezers dat op hen gestemd heeft. Zij zijn betrokken bij alle politieke benoemingen en kunnen door geen enkele andere volksvertegenwoordiger geïnstrueerd, opzij gezet of onder druk gezet worden. Purocratie voorkomt populisme, politieke chantage, achterkamertjespolitiek, ellenlangs kabinetsformaties, versterkt de democratie en verkleint de afstand tussen volk en politiek tot een minimum. 

  

XVIII.         Het woord aan het volk

 

Het ligt voor de hand dat gevestigde partijpolitici grote bezwaren zullen maken tegen het ontmantelen van politieke partijen en het invoeren van een purocratie. Je veilige vesting voor goed verlaten om met open vizier in het open veld je individuele politieke doelen na te streven roept angst en onzekerheid op. Afscheid nemen van romantische verkiezingscampagnes met posters, buttons en bijeenkomsten, valt zwaar. Invoering van purocratie zal dan ook niet vanuit de partijen, maar vanuit het volk moeten komen. De conditie waarin het huidige partijenstelsel zich bevindt, rechtvaardigt het op gang brengen van een brede, fundamentele discussie. Een nationaal debat, dat moet uitwijzen of er draagvlak is om na een bindend referendum over te gaan op het invoeren van purocratie.

Ik roep invloedrijke Nederlanders op om dit nationale debat op gang te brengen. Een democratie die zichzelf in stand wil houden, is aan het volk verplicht om verbonden te blijven met de maatschappelijke ontwikkelingen die plaatsvinden en het huidige bestel is al flink achterop geraakt bij de snelle veranderingen in de 21 ste eeuw. Naarmate de afstand en het wantrouwen jegens de politiek groter worden, haakt het volk meer af en dat is een gevaar voor de democratie. De partijloze purocratie kan deze ontwikkeling blijvend ten goede keren en een nieuw, hecht verbond sluiten tussen volk en politiek.

 

                                                  Den Haag,  maart 2021