Piet Bogaards

Teksten voor cabaret, chansons en scripts 

Poëzie, de basis 

Voor mij is poëzie de onderlegger van alles wat ik schrijf, een gedeeltelijk ingevulde landkaart met onbekende gebieden van de taal. De sleutels tot die gebieden zijn onverwachte combinaties van woorden of gedachten die een nieuw perspectief of visioen openen. 

Ik heb altijd gedichten geschreven. In 2000 verscheen mijn bundel 
'Optocht langs de Knal' bij uitgeverij De Nieuwe Haagsche. Een aantal exemplaren heb ik nog in bezit. De bundel is te bestellen voor € 9,50 inclusief verzendkosten.

Hieronder enkele gedichten.


Nu

Hier op een kraal van de kosmische keten 

zoeken we naar de betekenis

alsof schoonheid alleen niet voldoende is

alsof de maan van zichzelf moet weten 


Waar verloren wij de steen der dwazen 

die ons beschermde tegen morgen?

Wie bracht totems voor de doden,

vrezend voor het oude zeer? 


Laat de nieuwe nacht vanmiddag komen

dan dansen we net als vroeger 

met de buffels naar de oever

om te baden in het nooit voorbije nu

 

 

Hoge hakken

Wij eten van het dode vlees

en warmen ons aan dode takken

het leven gaat op hoge hakken

als was er geen achillespees.

 

Wij bidden met een halfzacht woord

dat, uitgesmeerd in de geschriften

de krachten spreidt van onze driften

maar ons gebed wordt niet verhoord.

 

Welke Einstein zal ontdekken

dat geen herder onderhandelt met zijn schapen

dat ons oog het volle zonlicht niet verdraagt.

Zolang zullen we verrekken

tot we weten dat de mens niet is geschapen

voor het antwoord op de kardinale vraag.



Oude gek

De oude gek verbruikt de dagen 

met ontwapenend gemak

in onderspit en razernij 

verloor hij zijn geheugen. 

Nu is hij vrij 

en vindt hij glunderend 

nog dagelijks nieuwe wielen uit, 

monteert er dwaze dromen op 

en draait ze langs elkaar. 


De oude gek vergat zijn wijf 

verloor zijn staf 

en schittert in afwezigheid 

van zin of samenhang. 

Wat is zijn geest briljant 

op het roer- en richtingloze 

moment van een verdwaalde 

lichtinval. 


Geen mens raadt zijn gedachten 

geen onderzoek bracht aan het licht 

wat de oude gek in extase brengt 

als de derwish in hem dansen gaat,

als de vreugde klapwiekt in zijn keel

en het ontbrekende eureka 

door een duivels diafragma 

zijn ziel beschijnt. 


Dan werpt hij in een machtig draaimoment

een handvol kiezels naar de zon,

een offer voor eeuwig,

loodrecht omhoog. 

Maar als ze terugslaan op zijn huid,

dan huilt de oude gek 

toch nog om vergeten pijn. 

 

Geboortehuis

De las van mijn geboortelicht

die tijd en ruimte heeft versmolten

ligt nog te roesten in de holte

van een verloren tijdsgewricht.

 

Waar winterweer de sporen wist

van prenatale hemelhitte

daar zie ik nieuwe mensen zitten

in autogene droefenis.

 

En steeds als ik terugkeer op mijn schreden

naar ‘t brandpunt van het ongevraagde uur

voel ik de vage gloed weer van het vuur

waarmee ik ieder plan had kunnen smeden

en dat ergens tussen later en heelal

de tijd weer van mijn ruimte scheiden zal.



Overleefde liefde

De onderste lagen zijn het hardst,

zei de geoloog

de hoogste druk staat op 

je diepste gevoel.


Maar ik zoek lieve eerste woorden 

in mijn fossiele ziel

vroegbesef in diep-reliëf

een afdruk van jouw mond. 


Het ijs nam grote keien mee

restanten van de kou 

het water spoelde schaamte weg

in bedding en ravijn. 


En in de diepe lagen lei 

vind ik verstikte tijden

bedwongen vuur in steen gestold

verloren woestenijen.


Maar ik graaf door,

want ergens bloedt de berg

uit ongeheelde wonden

waar dood gewaande bomen 

verpletterd door hun bovenland 

tot olie zijn verzield,

fossiele brandstof 

voor de overleefde liefde.